home Stichting Archeologische Werkgroep Haarlem
Over onze werkgroep Graven naar Haarlems verleden lezingen Links Email gastenboek
on-line museum !
topvondsten !

Steentijd

Bronstijd

IJzertijd

Vondstocaties
locaties
centrum
Haarlem
IJzertijd, 800 - 12 vC

Nederland kwam vanaf de Vroege IJzertijd (800-500 vC) tussen de invloedssferen van de Germanen en de Kelten te liggen.

De Kelten wisten als zouthandelaren en tussenpersonen in de handel van het Noordeuropese bont en barnsteen en de Zuideuropese wijn, uit te groeien tot het grootste handelsvolk ten noorden van de Alpen. Zij waren degenen die de kennis van het ijzerbewerken over Europa verspreidden.

IJzeren gebruiksvoorwerpen zijn veel geavanceerder dan bronzen doordat ijzer lichter is en minder broos. Bovendien kan ijzer beter geslepen worden.
Daarnaast werd ijzererts op veel meer plaatsen (ook in Nederland) gevonden dan de ertsen die nodig zijn voor brons. IJzeren gereedschap lag daardoor binnen ieders bereik. De gestegen vraag naar ijzer leidde niet alleen tot de achteruitgang van de bronsindustrie, maar ook tot de opkomst van nieuwe machthebbers.
De intrede van het ijzer betekende meer dan alleen een uitbreiding van de technische kennis. Ze luidde een nieuw tijdvak in van economische, culturele en sociale veranderingen.

Een andere grondstof die aan deze veranderingen bijdroeg was zout. Zout diende als conserveermiddel van o.a. vlees en vis en als smaakstof. Het moest vaak door handel verkregen worden.
In Nederland werd zout gewonnen langs de Noordzeekust. Het is zeer waarschijnlijk dat men via dezelfde contacten waardoor de kennis van het ijzerbewerken in ons land kwam, kennis nam van nieuwe landbouwmethoden en -gewassen.

Al in de Vroege IJzertijd (800-500 vC) vonden kleine veenontginningen en ontwatering van de erven plaats en er zijn aanwijzingen voor systematisch grondgebruik in de vorm van regelmatige kleine vierkante akkers, de Celtic Fields.

  • Haarlem
  • omgeving
  •  

    ijzertijdboerderij
    Impressie van een ijzertijdboerderij
    Impressie van een ijzertijdboerderij
    Foto gemaakt door R. de Rijk.

     

    De ijzertijdboerderij verschilde in een aantal opzichten van de bronstijdboerderij.
    Hij was kleiner (vaak korter dan 15 meter) en bezat minder stalruimte. De ingangen waren verplaatst naar het midden van de lange zijden.
    Zo'n boerderij bestond gemiddeld 30 jaar en werd, als gevolg van houtrot, daarna elders opnieuw opgezet. Zo ontstonden wandelende nederzettingen, meestal rond een vast oriëntatiepunt.

     

    interieur ijzertijdboerderij
    Reconstructie van het interieur van een ijzertijdboerderij
    Foto gemaakt in het Archeon.

     

    top

     

    Haarlem in de IJzertijd

    Bij het Brinkmanncomplex aan de Grote Markt werden een scherf en een sikkelfragment gevonden. IJzerslakken werden gevonden in een bouwput op de hoek van de Jansstraat en de Ridderstraat (Dit kan duiden op lokale ijzerwinning en / of -bewerking.).

     

     

    Sloot Korte Begijnestraat.
    Sloot Korte Begijnestraat.

     

    In de Korte Begijnestraat werd, naast enkele greppels, ook een sloot gevonden die de overgang markeert van een droog (strandwal) naar een nat gebied (Spaarne?). In deze sloot werd een aardewerken bodemfragment van een pot aangetroffen uit de IJzertijd.

     

     

    Bodemfragment Korte Begijnestraat.
    Bodemfragment Korte Begijnestraat.

     

    In de Hekslootpolder is een cultuurlaag aangetroffen uit de Late IJzertijd (250-12 vC). Eergetouwsporen, waren beperkt aanwezig maar er waren zeer veel smalle greppeltjes en enkele kuilen en paalgaten.

     

    In de Late IJzertijd kwamen veel overstromingen voor. Om deze reden trok men zich terug op hoger gelegen gebieden en wierp men in Noord-Nederland verhoogde nederzettingen, terpen op.

    Aan het Liewegje in Haarlem werd een akkercomplex gevonden dat in gebruik was vanaf de Late Bronstijd tot de Vroege IJzertijd (1100-500 vC). Waarschijnlijk was vernatting de reden om de akker te verlaten. De aanwezigheid van afwateringsgreppels geeft aan dat men deze beslissing zo lang mogelijk heeft uitgesteld.

     

     

    top

     

    Omgeving van Haarlem in de IJzertijd

    In de IJzertijd vond plaatselijk intensieve bewoning plaats zoals in Velsen op het Hoogoventerrein, in het gebied van de Amsterdamse Waterleidingduinen en in de Velserbroekpolder.

    Als gevolg van o.a. de specifieke eigenschappen van ijzer (roest), wordt er bij opgravingen maar weinig prehistorisch ijzer gevonden. IJzerslakken (een glasachtige massa die na het uitsmelten van ijzer uit ijzererts overblijft) zijn beter tegen roesten bestand en worden vaker teruggevonden.

    blaaspijp In het Velsense Driehuis, bij de
    Spanjaardsberg, werden sporen teruggevonden van ijzerbewerking in de vorm van het uiteinde van een blaaspijp (zie foto) die gebruikt werd bij het ijzersmeden), ijzerslakken en brokken gesinterde klei van een mogelijke oven.
    Opmerkelijk was dat in de laatste bewoningsfasen geen slakken meer voorkomen; misschien was het in de duinen, ook nu nog plaatselijk en op kleine schaal, voorkomende ijzererts toen uitgeput.
    Hier werden ook cylinders en andere aardewerken voorwerpen gevonden die kenmerkend zijn voor zoutwinning via briquetage.

    Op het terrein van de Hoogovens werd een grote hoeveelheid metaalslakresten gevonden tussen scherven uit de IJzertijd, maar een oven of iets dergelijks werd niet aangetroffen.

    In de Velserbroekpolder werd een cultusplaats aangetroffen die minstens vanaf de Vroege IJzertijd (800 vC).

     

     

     

    Steentijd Bronstijd IJzertijd

     

    top

     

    © Archeologische Werkgroep Haarlem, Nieuwe Gracht 3, 2011 NB Haarlem
    gebruikte literatuur

    KB-Webdesign
    Over onze werkgroep Graven naar Haarlems verleden lezingen Links Email gastenboek